Het heldere licht in
de blik van de dood
heet leven

De dood maakt bang.
We weten niet wie of wat hij is.
Evenmin waarom hij is.
Hij gooit in elk geval roet in ons leven!
In een poging om eigen leven
niet door al dat roet te laten verpesten
verzinnen we voor de dood een zin.
We verzinnen onsterfelijke zielen, astrale lichamen, een zwart niets, hemelen en hellen,
reďncarnatie, verrijzenis…
en hopen op deze manier ons leven meteen ook zinvol te maken.
Helaas… we weten doodgewoon niet wat de dood is,
weten dus evenmin wat ons persoonlijk aanwezig zijn op deze bol te betekenen heeft,
en verzinsels allerhande veranderen
daar geen moer aan.
Ze spuien alleen maar mist, scheppen conflict en
bouwen op onzekerheid die ze overtuigend afdekken met het woord 'rots'.
Waarom blijft het brein op verzinsels een eigen persoonlijk leven en een samenleving uitbouwen?
Op eeuwenoude verzinsels verguld met een aura van degelijkheid,
op moderne verzinsels die zich de frisheid van het nieuwe aanmeten,
op persoonlijke eigen intieme verzinsels?
Waarom staat het brein zichzelf niet toe eerlijk te zijn en ontspannen, scherp wakker,
te kijken vanuit het feit niet te weten wat de dood is,
niet te weten wat eigen aanwezig zijn in wezen is?
Dergelijke naakte blik, niet verpakt in de lijkwade van veronderstellingen over leven en dood,
maakt een leven mogelijk zonder interne conflicten.
Want deze blik hoeft geen tijd te verspillen aan het verdedigen van een geloof,
aan het onderbouwen van een veronderstelling,
aan het aantonen van het waardevolle van een interpretatie,
hoeft nooit bezorgd te zijn voor mogelijk opduiken van twijfel,
en steekt geen energie in het voortdurend zichzelf te moeten overtuigen van de
juistheid van zijn geloof.
Laat dergelijke levende, alerte openheid toe te ontdekken wat aanwezigzijn is?
Wat de dood is?
Is dergelijke blik 'aanwezig zijn'?
Ik zou het niet weten!
Maar ik heb de keuze: leven als fictie, of leven als feit.
Ik kies ervoor om mezelf voor het lapje te houden, of ik kies voor eerlijkheid.
Voor het feit kiezen is kiezen voor dat wat hier, nu, gaande is zoals het hier, nu, gaande is.
Dit laat geen enkele mogelijkheid open tot twijfel of discussie…
en maakt elk accepteren of verwerpen tot een ridicule beweging.
Een feit is altijd naakt, is zelfs niet gekleed met het woord of beeld dat naar het feit wijst.
Het is een vanzelfheid die niets nodig heeft om er te zijn.
Geloof, welk dan ook, theďstisch of atheďstisch, religieus, filosofisch, ideologisch,
is nooit een vanzelfheid.
Het moet onderhouden worden met rituelen, samenkomsten, symbolen, teksten.
Daaraan kan je merken dat geloof nooit een levend leven is maar een fictief, een ersatz, bestaan.
Hoe heilig de teksten ook worden genoemd waarop een geloof steunt.
Hoe groot ook de figuur die de teksten heeft gepleegd.
In deze rubriek maken we elke maand een verdere omzwerving van feit naar feit...
IK BEN
'Ik ben…'
is een feit.
Hoef ik niet aan te twijfelen.
Hierover is geen discussie mogelijk.
IK WEET DAT IK BEN
Nog een feit.
Hevig ontkennen dat ik ben en dat ik dit bestaan besef,
is meteen met diezelfde heftigheid het weet hebben van eigen bestaan bevestigen.
Neen, aan besef van aanwezigheid op deze bol valt niet te twijfelen.
Maar wat is besef van aanwezig te zijn?
Wat is weten te bestaan?
WETEN IS METEN
IK BEN EEN MEETPROCES
Weten is inschatten, vergelijken, herkennen, meten.
Ik meet de uitdrukking op het gelaat van de persoon die ik ontmoet.
Ik meet het lichaamsgedrag van de personen die ik op straat kruis.
Ik meet het ritueel doden van een schaap.
Ik meet het planten van een boom, het zien van een lijkwagen, de klank van de kermis...
Meten doe ik met maatstaven die ik zelf kies of die mij voorgeschoteld of opgedrongen worden.
Ik ben deze bundel maatstaven en de hiermee uitgevoerde metingen...
en, het resultaat van de meting: een beeld dat ik me vorm, van het bestaan.
Ik schep mijn eigen planeet. Mijn eigen wereld.
De keuze van de maatstaven en het hanteren ervan kan heel logisch en rationeel verlopen
of totaal chaotisch, psychotisch.
De wereld die ik me ermee vorm, kan ofwel
heel rationeel en bruikbaar zijn, of onlogisch en volledig onbruikbaar.
Maar zelfs met een rationeel en logisch verloop kan men alle kanten uit.
Kan men tegengestelde richtingen uitgaan.
Zo hoorde ik op een zaterdagavond een kardinaal, in een of ander 'godsdienstig halfuurtje',
verklaren dat het logisch en rationeel is te beweren dat god bestaat.
De volgende ochtend, op een Franse zender, tijdens een 'atheďstisch halfuurtje',
verkondigde een humanistisch belangrijke filosoof:
'il est rationel et logique de dire que dieu n'existe pas.'
METEN IS ERVAREN
Enkel wanneer ik een verschil meet tussen wat-was en wat-nu-is beleef ik iets, ervaar ik iets.
Wordt geen verschil gemeten... blijft ervaren achterwege.
(Kaisan)
(Vervolgt).

<terug>